Kolrosen

"Coal-rose-ing" is het Scandinavische woord voor een techniek waarbij men met de punt van een mes sneden in hout maakt en deze vervolgens vult met pigment. Traditioneel werden materialen zoals houtskool, roet of de geschraapte en verpulverde droge bast van den of wilg gebruikt. Deze techniek vindt zijn oorsprong bij de Sami, die in het noordelijkste deel van Zweden wonen.

Kolrosen wordt gebruikt als een decoratieve methode op verschillende houten voorwerpen zoals Kuksa's, lepels, krimpotten en ander ambachtelijk houtsnijwerk.

Het is belangrijk op te merken dat kolrosen verschilt van chipcarving. Bij kolrosen maakt men sneden in het hout en vult deze met pigment, terwijl bij chipcarving juist materiaal, vaak in de vorm van driehoekjes, wordt weggehaald.


Hout

Iedere houtsoort is geschikt voor het toepassen van kolrosen.
Bij lichtere houtsoorten zoals esdoorn, berk, linde en wilg komt het ontwerp contrastrijker naar voren.
Bij zachtere houtsoorten kan het resultaat minder strak zijn. Kiezen voor een hardere houtsoort, zoals bijvoorbeeld fruithout (appel, peer, kers), maakt het mogelijk om zeer fijn en gedetailleerd te werken.
Bij ringporige houtsoorten zoals kastanje, iep, eik en es is het belangrijk te beseffen dat de poriën zich ook zullen vullen met pigment.

Voorbereiding

Kolrosen vormt als het ware de kers op de taart en is een van de laatste stappen bij het voltooien van onze lepel. Een succesvolle uitvoering vereist zorgvuldige voorbereiding. 
Het is essentieel om een stabiele en schone ondergrond te hebben.
Zorg ervoor dat de lepel volledig droog is. Het oppervlak dat je gaat kolrosen moet zo glad mogelijk zijn, wat kan worden bereikt door gebruik te maken van finishing cuts, schuren en/of polijsten.

Een goed afgewerkt oppervlak van de lepel heeft als voordeel dat het mes soepel over het oppervlak glijdt tijdens het kolrosen.


Polijsten is een essentiële stap om een glad en gelijkmatig oppervlak te verkrijgen. Dit wordt bereikt door te wrijven met een gladde steen, een stukje gewei, of de achterkant van een metalen lepel. Op deze manier worden de vezels samengedrukt, waardoor het gemakkelijker wordt om te tekenen.

Ook nadat het pigment en de olie zijn aangebracht, wordt opnieuw gewreven over de gemaakte snedes om het pigment effectief vast te houden. Deze wrijving draagt bij aan het versterken van de hechting van het pigment en draagt bij aan een betere duurzaamheid en uitstraling van het uiteindelijke kunstwerk. 

Ontwerp

Voor het kolrosen-proces kun je ervoor kiezen om vooraf enkele ontwerpen op papier te tekenen of het ontwerp direct met de vrije hand op de lepel aan te brengen. Ook stencilpapier of bakpapier kunnen handig zijn om je tekening over te zetten.

Het is echter cruciaal om rekening te houden met de richting van de houtvezels. Bijvoorbeeld, als je een vlechtpatroon gebruikt, is het belangrijk om je ontwerp diagonaal op de vezels te plaatsen.

Je hebt de mogelijkheid om op een droog stukje hout te oefenen voordat je je vaardigheden op een lepel toepast. Naarmate je meer vertrouwen krijgt, kun je de techniek op een daadwerkelijke lepel uitproberen. Het oefenen op droog hout geeft je de gelegenheid om vertrouwd te raken met de techniek en je vaardigheden te ontwikkelen voordat je het toepast op het definitieve stuk.


Potlood
Het is van essentieel belang om bij het tekenen van het ontwerp op hout te werken met een scherp potlood met een grafietwaarde van 2B. Potloden die te zacht zijn, kunnen de grafiet te snel uitsmeren, wat resulteert in een ongewenste grijze waas. Aan de andere kant kunnen te harde potloden ervoor zorgen dat de tekening zichtbaar blijft na het aanbrengen van olie. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar het gebruik van een mechanisch vulpotlood.
Hoewel het mogelijk is om te gummen, heeft een kneedgom de voorkeur omdat deze geen sporen achterlaat en het pigment mooi opneemt. 


Snijtechniek

Een correcte snijtechniek is cruciaal bij kolrosing.
Zorg ervoor dat je mes altijd in een hoek van 90° staat ten opzichte van het oppervlak. 
De druk die je uitoefent is van uiterst belang; een consistente lichte druk resulteert in gelijkmatige snedes die prachtige lijnen vormen.
Experimenteer met de druk om zowel dikkere als dunne lijnen te creëren. De push cut is een veilige methode voor het snijden van kleine en complexe stukken.

Bij de pull cut is voorzichtigheid geboden, vooral bij lange rechte lijnen, omdat hierbij soms uitschieten kan voorkomen. Als je merkt dat het mes vast komt te zitten, verminder dan de druk en ga voorzichtig verder. 

Voor het bewerken van moeilijke en ronde vormen is de steekmethode een handige techniek. Het beheersen van deze diverse snijtechnieken draagt bij aan het behalen van mooie en precieze resultaten bij het kolrosen. 

Oefening baart kunst.

Mes

Het gebruik van een Mora-mes wordt aanbevolen, omdat dit mes veelzijdig is en geschikt voor verschillende taken. Het kan handig zijn om het lemmet af te plakken, zodat je dichter bij de punt kunt vasthouden. Het is van het grootste belang dat je gereedschap vlijmscherp is, dus strop regelmatig je mes tijdens het kolrosen.

Het wordt niet aangeraden om een chipcarving mes te gebruiken, omdat dit te smal is. Een brede snijhoek is nodig om de snede mooi open te zetten, terwijl een chipcarving mes diep maar niet breed gaat.


Er zijn diverse kolrosing messen op de markt, en het is een kwestie van persoonlijke voorkeur welk mes het beste voor jou werkt. Zelf gaat mijn voorkeur uit naar een Mora 120, terwijl anderen zoals Lydia Lathem een langer picknive van Ben Orford gebruiken, en Adam Hawker zijn eigen messen maakt van oude metaalboren.

Het is belangrijk om te experimenteren en te ontdekken welk mes het meest geschikt is voor jouw kolrosingtechniek.


Pigment

Voor het opvullen van het gekolrosde oppervlak kun je elk materiaal gebruiken dat een fijnere korrel heeft dan 1 mm. Traditioneel kun je, zoals de Sami, werken met houtskool of bastpigment. Daarnaast zijn er  alternatieven zoals houtskool, koffiegruis, kaneelpoeder, bister, paprikapoeder, enzovoort.

Het is belangrijk om het gekolrosde oppervlak zorgvuldig in te wrijven met een royale hoeveelheid pigment, waarbij ervoor gezorgd wordt dat het pigment goed in alle snedes terechtkomt.

Persoonlijk geef ik de voorkeur aan extra fijngemalen kaneel, en soms rooster ik dit om een donkerdere kleur te verkrijgen. Het experimenteren met verschillende pigmentmaterialen geeft je de mogelijkheid om unieke effecten te creëren en je eigen stijl te ontwikkelen bij het kolrosen.


Afwerken

Na het vullen van de snedes met pigment, gaan we over tot het burnishen/polijsten (zie foto), dit kan zowel vóór als na het aanbrengen van olie. Deze stap sluit de lijnen, wat resulteert in een strakkere afwerking. Vervolgens vegen we met een schone doek de overtollige olie en pigment van de lepel. Laat de lepel volledig drogen zodat de olie kan polymeriseren.

Het is belangrijk om een sterk polymeriserende olie te gebruiken, die volledig uithardt, zoals walnootolie, lijnzaadolie, hennepolie, tungolie, enzovoort. Deze oliën fixeren het pigment en bieden een betere bescherming aan het oppervlak.